Symbolen voor eendraadschema en situatieplan

Elektrische symbolen voor je eendraadschema en situatieplan met korte uitleg per symbool, van stopcontact en wisselschakelaar tot differentieel en aardingsonderbreker.

Hieronder staan de elektrische symbolen die je op een eendraadschema en situatieplan tegenkomt, met een korte uitleg per symbool. De meeste komen overeen met tabel 2.23 van AREI Boek 1 (hoofdstuk 2.13), een niet-limitatieve lijst. Voor onderdelen die daar ontbreken, zoals een thuisbatterij of een overspanningsbeveiliging, gebruikt Condui een eigen symbool.

Klik op een symbool voor de varianten en een link naar de bijhorende uitleg.

Net en aarding

Waar de stroom de woning binnenkomt, de aarding en de kasten en dozen waarin leidingen samenkomen.

  • Netaansluiting

    Netaansluiting

    Het vertrekpunt van je eendraadschema: de voeding vanuit het distributienet. Vermeld het aantal fasen en de spanning, bijvoorbeeld 1N 230 V, 3 × 230 V of 3N 400 V.

  • Backupvoeding

    Backupvoeding

    Een tweede voedingsbron, zoals een generator of de noodstroomuitgang van een hybride omvormer.

  • Aarding

    Aarding

    De aardelektrode van de installatie, meestal een aardlus onder de fundering of een aardpen. Noteer de gemeten spreidingsweerstand.

  • Aardingsonderbreker

    Aardingsonderbreker

    De aardingsonderbreker scheidt de aardleiding van de hoofdaardingsklem, zodat je de spreidingsweerstand van de aardelektrode kunt meten.

  • Verdeelbord

    Verdeelbord

    Het schakel- en verdeelbord waarin automaten en differentiëlen de kringen voeden. Op het situatieplan toont het waar de kast hangt.

  • Verbindingsdoos

    Verbindingsdoos

    Een verbindingsdoos of aftakdoos waarin leidingen verbonden of afgetakt worden.

  • Verbindingspaneel

    Verbindingspaneel

    Een aftakkast: een grotere kast waarin meerdere leidingen verbonden of verdeeld worden, zonder beveiligingen.

  • Klemmenstrook

    Klemmenstrook

    Een klemmenstrook, een rij aansluitklemmen waarop geleiders worden doorverbonden, bijvoorbeeld in een verdeelbord of technische kast.

Beveiligingstoestellen

Toestellen die een kring afschakelen bij overbelasting, kortsluiting, lekstroom of overspanning.

  • Automaat

    Automaat

    Een automaat beschermt een kring tegen overbelasting en kortsluiting. Vermeld polen, nominale stroom en curve, bijvoorbeeld 2P 20 A curve C.

  • Differentieelschakelaar

    Differentieelschakelaar

    Een differentieel schakelt af zodra er stroom naar de aarde weglekt. Vermeld gevoeligheid, type en nominale stroom, bijvoorbeeld 300 mA type A 40 A.

  • Differentieelautomaat

    Differentieelautomaat

    Een differentieelautomaat combineert automaat en differentieel in één toestel voor één kring. Vermeld de waarden van beide.

  • Zekering

    Zekering

    Een smeltzekering beschermt tegen overstroom door door te smelten. Vermeld stroom en type, bijvoorbeeld 16 A gG.

  • Overspanningsbeveiliging

    Overspanningsbeveiliging

    Een overspanningsbeveiliging leidt korte spanningspieken, bijvoorbeeld door een blikseminslag in de buurt, af naar de aarding.

  • Draaischakelaar

    Draaischakelaar

    Een draaischakelaar met meerdere standen, bijvoorbeeld als werkschakelaar bij een warmtepomp of om tussen bedrijfsstanden te kiezen.

  • Omschakelaar

    Omschakelaar

    Een bronomschakelaar kiest tussen twee voedingen, bijvoorbeeld net en generator, zodat ze nooit samen op de installatie staan.

Contactdozen

Stopcontacten en hun varianten. Aarding en kinderbeveiliging zie je aan het symbool.

  • Contactdoos met contact voor beschermingsgeleider en met kinderbescherming

    Contactdoos met contact voor beschermingsgeleider en met kinderbescherming

    Het gewone stopcontact in een Belgische woning: met aardingspen en kinderbeveiliging.

  • Dubbele contactdoos met contact voor beschermingsgeleider en met kinderbescherming

    Dubbele contactdoos met contact voor beschermingsgeleider en met kinderbescherming

    Twee stopcontacten met aardingspen en kinderbeveiliging in één inbouwdoos.

  • Contactdoos met kinderbescherming

    Contactdoos met kinderbescherming

    Een stopcontact met kinderbeveiliging maar zonder aardingspen, zoals je het nog in oudere installaties vindt.

  • Dubbele contactdoos met kinderbescherming

    Dubbele contactdoos met kinderbescherming

    Twee stopcontacten met kinderbeveiliging, zonder aardingspen, in één inbouwdoos.

  • Modulaire contactdoos

    Modulaire contactdoos

    Een modulair stopcontact op de DIN-rail in het verdeelbord, bijvoorbeeld voor de voeding van een router of domoticamodule.

  • Contactdoos met contact voor beschermingsgeleider

    Contactdoos met contact voor beschermingsgeleider

    Een stopcontact met aardingspen, zonder kinderbeveiliging.

  • Contactdoos

    Contactdoos

    Het algemene symbool voor een stopcontact. Aarding, kinderbeveiliging of een schakelaar voeg je toe met de varianten.

Schakelaars en bediening

Alles waarmee je een kring of toestel bedient, van gewone schakelaar tot relais.

  • Schakelaar

    Schakelaar

    Een gewone schakelaar zet een lichtpunt of toestel aan en uit vanaf één plaats. Er zijn varianten voor 1, 2, 3 of 4 polen en met verklikkerlamp.

  • Wisselschakelaar

    Wisselschakelaar

    Een wisselschakelaar bedient een lichtpunt vanaf twee plaatsen, bijvoorbeeld onderaan en bovenaan de trap.

  • Kruisschakelaar

    Kruisschakelaar

    Een kruisschakelaar komt tussen twee wisselschakelaars, zodat je vanaf drie of meer plaatsen schakelt, bijvoorbeeld in een lange gang.

  • Dimmer

    Dimmer

    Een dimmer regelt de lichtsterkte van een lichtpunt.

  • Omschakelaar

    Omschakelaar

    Een omschakelaar, ook dubbele aansteking, bedient twee kringen apart vanaf één plaats, bijvoorbeeld plafondlicht en spots in de living.

  • Trek schakelaar

    Trek schakelaar

    Een trekschakelaar bedien je met een koord, een oplossing die je vooral in oudere badkamers ziet.

  • Contact

    Contact

    Een los contact, bijvoorbeeld een deurcontact of een ingang van een domoticasysteem.

  • Impulsschakelaar

    Impulsschakelaar

    Een drukknop geeft een korte puls aan een teleruptor of domotica-ingang in plaats van de kring rechtstreeks te schakelen.

  • Bewegingsdetector

    Bewegingsdetector

    Een bewegingsdetector schakelt licht automatisch bij beweging. Je mag de technologie erbij vermelden: IR, radar of een combinatie.

  • Rookdetector

    Rookdetector

    Een rookmelder die op het net is aangesloten, eventueel gekoppeld aan andere melders.

  • Relais

    Relais

    Een relais of teleruptor in het verdeelbord schakelt een kring op een stuursignaal. Er zijn varianten voor tijdschakelaar, schakelklok, impuls, thermostaat en dimmer.

Verlichting

Lichtpunten en armaturen, zoals je ze op het situatieplan per ruimte tekent.

  • Lichtpunt

    Lichtpunt

    Een lichtpunt is het aansluitpunt voor een verlichtingstoestel op plafond of wand. Er zijn varianten voor veiligheidsverlichting en een ingebouwde schakelaar.

  • Spot

    Spot

    Een spot of projector met een gerichte lichtbundel, met varianten voor een weinig divergerende en een divergerende bundel.

  • LED armatuur

    LED armatuur

    Een LED-armatuur, bijvoorbeeld een LED-paneel of LED-strip.

  • TL-buis

    TL-buis

    Een fluorescentiearmatuur of TL-buis.

Vaste toestellen

Huishoudtoestellen en andere vaste verbruikers. Zo zie je op het schema op welke kring elk toestel zit.

  • Fornuis

    Fornuis

    Een elektrisch fornuis of een kookplaat, meestal op een eigen kring.

  • Oven

    Oven

    Een elektrische oven.

  • Wasmachine

    Wasmachine

    Een wasmachine.

  • Droogkast

    Droogkast

    Een droogkast.

  • Vaatwasmachine

    Vaatwasmachine

    Een vaatwasmachine.

  • Vriezer

    Vriezer

    Een diepvriezer.

  • Koelkast

    Koelkast

    Een koelkast.

  • Microgolfoven

    Microgolfoven

    Een microgolfoven.

  • Deurslot

    Deurslot

    Een elektrisch deurslot of een deuropener.

  • EV-laadpaal

    EV-laadpaal

    Een laadpunt voor een elektrische wagen, op een eigen kring.

  • Motor

    Motor

    Een elektrische motor, bijvoorbeeld van een poort, pomp of rolluik.

  • Toestel

    Toestel

    Het algemene symbool voor een vast toestel dat niet in deze lijst staat. Schrijf de naam van het toestel erbij.

Verwarming, sanitair warm water en ventilatie

Boilers, verwarming, warmtepompen en ventilatie.

  • Elektrische boiler

    Elektrische boiler

    Een elektrische boiler, met een variant voor een accumulatieboiler.

  • Elektrische Verwarming

    Elektrische Verwarming

    Een elektrisch verwarmingstoestel, zoals een convector. Er zijn varianten met accumulatie en met ingebouwde ventilator.

  • Ventilatie

    Ventilatie

    Een ventilator of ventilatie-unit, bijvoorbeeld een ventilatiesysteem D.

  • Warmtepomp

    Warmtepomp

    Een warmtepomp.

  • Gasverwarming

    Gasverwarming

    Een gasketel. Elektrisch gaat het om de voeding van brander, pomp en regeling.

  • Stookolie Ketel

    Stookolie Ketel

    Een stookolieketel.

  • Pelletkachel

    Pelletkachel

    Een pelletkachel.

  • HVAC-bron

    HVAC-bron

    Een algemene warmtebron, met varianten voor de energiebron (elektriciteit, gas, vloeibare of vaste brandstof) en het type.

Signalisatie

Toestellen die een geluidssignaal geven.

  • Zoemer

    Zoemer

    Een zoemer.

  • Bel

    Bel

    Een bel, bijvoorbeeld de deurbel.

  • Hoorn

    Hoorn

    Een hoorn.

  • Sirene

    Sirene

    Een sirene, bijvoorbeeld van een alarmsysteem.

Domotica

Slimme sturing van verlichting, stopcontacten en andere kringen.

  • Domotica / slimme installatie

    Domotica / slimme installatie

    Een domotica-sturing teken je als rechthoek in twee delen: onderaan het basissymbool, zoals een schakelaar of stopcontact, bovenaan het type sturing. Er zijn varianten voor programmeerbare, draadloze, detectie- en drukknopsturing.

Meting

Meters die het verbruik of de productie registreren.

  • Energiemeter

    Energiemeter

    Een kWh-teller, voor de meter van de netbeheerder of een tussenmeter, bijvoorbeeld voor een laadpaal.

Bronnen en omvorming

Zonnepanelen, batterijen en toestellen die spanning of stroomsoort omzetten. De kenmerken van een bron vermeld je op het eendraadschema of in het dossier.

  • Transformator

    Transformator

    Een transformator, bijvoorbeeld een beltransformator of een scheidingstransformator. Er zijn varianten voor veiligheids- en kortsluitvaste transformatoren.

  • Gelijkrichter (AC → DC)

    Gelijkrichter (AC → DC)

    Een gelijkrichter zet wisselstroom om in gelijkstroom.

  • Omvormer (DC → AC)

    Omvormer (DC → AC)

    Een omvormer zet de gelijkstroom van zonnepanelen of een batterij om in wisselstroom.

  • DC-DC-omzetter

    DC-DC-omzetter

    Een DC/DC-omzetter, ook hakker genoemd, zet een gelijkspanning om naar een ander niveau.

  • Zonnepaneel

    Zonnepaneel

    Een fotovoltaïsch paneel of een string panelen. Vermeld het aantal panelen en het piekvermogen.

  • Batterij

    Batterij

    Een thuisbatterij of andere energieopslag.

  • DC-rail

    DC-rail

    Een DC-rail: een gemeenschappelijke gelijkstroomverbinding waarop panelen, batterij en omvormer aansluiten.