Stroombaanstructuur: verdeling, grenzen en toegekende kringen
Hoe je stroombanen groepeert, benoemt en begrenst, met de grens van 8 contactdozen en de regels voor lichtpunten.
Uitleg
Deze pagina vat AREI Boek 1 samen rond kringen, verdeling en herkenbaarheid. De kern komt uit de definities in hoofdstuk 2.12, de schema-eisen in 3.1.2, de regels rond markering in 3.1.3, de residentiële differentieelstructuur in 4.2.4.3 en specifieke toegekende kringen zoals laadpalen in 7.22.
Wat in gewone taal een kring heet, noemt het AREI een stroombaan. We gebruiken hieronder vooral de gewone woorden en leggen de officiële term uit wanneer die belangrijk is voor je schema of keuring.
Zoek je eerst wat stopcontacten, lichtpunten, vaste toestellen of laadpalen betekenen? Zie Toestellen en aansluitpunten.
Kort samengevat
- Een kring loopt tussen beveiligingen of na de laatste beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting.
- Een toegekende kring voedt exclusief één of meerdere specifieke toestellen of systemen.
- Op het eendraadschema krijgt elke kring een hoofdletter.
- Punten en toestellen op het situatieplan moeten via dezelfde code terug te vinden zijn.
- Bepaalde systemen, zoals laadpunten, vragen expliciet een toegekende stroombaan.
Wat is een stroombaan?
AREI definieert een elementaire stroombaan als een deel van de installatie tussen opeenvolgende beveiligingen tegen overbelasting en kortsluiting, of het deel na de laatste van die beveiligingen. In een woning vertaalt dat zich praktisch naar: één beveiligde kring met zijn leiding en aangesloten punten en toestellen.
Een toegekende stroombaan is exclusief bedoeld voor één of meerdere specifieke toestellen of systemen. Dat is belangrijk bij zware of bijzondere toestellen: je wil niet dat een onduidelijke gemengde kring later een veiligheids- of gebruiksprobleem wordt.
Algemene stroombaan
Voedt meerdere gewone punten of toestellen.
- Bijvoorbeeld stopcontacten of verlichting in een zone.
- Duidelijke code op schema en plan is belangrijk.
Toegekende stroombaan
Voedt een specifiek toestel of systeem.
- Bijvoorbeeld laadpunt, kookplaat of technische installatie.
- Beveiliging en kabelkeuze volgen uit die specifieke belasting.
Codes houden schema en plan samen
Voor huishoudelijke installaties wordt elke elementaire stroombaan op het eendraadsschema met een hoofdletter aangeduid. Lichtpunten, stopcontacten en sturingseenheden worden genummerd vanaf de automaat of andere beveiliging van de kring.
Op het situatieplan krijgt elk punt dezelfde logica: de letter van de stroombaan plus het nummer uit het eendraadsschema. Daardoor kan je van een punt op het plan terug naar de beveiliging in de kast.
| Codevoorbeeld | Betekenis |
|---|---|
| A | Stroombaan A op het eendraadschema |
| A1 | Eerste punt of toestel op stroombaan A |
| A2 | Tweede punt of toestel op stroombaan A |
| B1 | Eerste punt of toestel op stroombaan B |
Een symbool zonder kring is niet correct
Een stopcontact of lichtpunt op het situatieplan is pas echt bruikbaar wanneer duidelijk is bij welke stroombaan en beveiliging het hoort.
Grenzen en verdeling
AREI gebruikt verschillende grenzen afhankelijk van het onderwerp. Een belangrijk voorbeeld is de residentiële differentieelstructuur: bij gevoelige differentieelbescherming wordt het aantal eindstroombanen beperkt, met specifieke afwijkingen voor bestaande installaties.
Voor stopcontacten en zware toestellen moet je bovendien kijken naar belasting, kabeldoorsnede, beveiliging en eventueel toegekende stroombaan. Het schema moet dus niet alleen “hoeveel punten” tellen, maar ook tonen wat voor punten of toestellen het zijn.
Stopcontacten tellen
Een stopcontact heet in de officiële AREI-tekst een contactdoos.
Op één kring mogen maximaal 8 enkele of meervoudige stopcontacten zitten.
Een dubbel of driedubbel stopcontact telt voor deze grens als één stopcontact, niet als 2 of 3 aparte stopcontacten.
Stopcontacten hebben in huishoudelijke installaties normaal een aardingscontact dat verbonden is met de beschermingsgeleider, behalve in de specifieke gevallen die het AREI zelf toelaat.
Een stopcontact dat uitsluitend één specifiek toestel voedt, bijvoorbeeld een fornuis, compressor of laspost, is geen stopcontact voor algemeen gebruik. Vermeld die bestemming ten minste op het eendraadsschema en situatieplan, en markeer ze duidelijk.
De vroegere voorgeschreven montagehoogte voor opbouwcontactdozen is sinds 1 maart 2025 geschrapt. Kies de hoogte volgens goed vakmanschap, de uitwendige invloeden en de instructies van de fabrikant.
Lees de FOD-FAQ over contactdozen, p. 3-4.
Lichtkringen en lichtpunten: geen apart maximum
Voor een zuivere lichtkring legt het huidige AREI geen afzonderlijk maximumaantal lichtpunten op. De vaak genoemde grens van 8 geldt voor enkele of meervoudige stopcontacten, niet als algemene grens voor lichtpunten.
Een lichtpunt is het punt waar een verlichtingstoestel wordt aangesloten. Meerdere lampen achter hetzelfde aansluitpunt en dezelfde bediening worden praktisch als één lichtpunt gedocumenteerd. Aparte aansluitpunten of apart bediende zones documenteer je apart.
Woningen met meer dan 2 lokalen en/of plaatsen moeten minstens 2 afzonderlijke lichtkringen hebben.
Er is dus geen regel “maximaal 8 lichtpunten per kring”. De kring moet wel technisch correct ontworpen zijn: de kabeldoorsnede en automaat moeten bij elkaar passen, de totale belasting en spanningsval moeten aanvaardbaar zijn en de differentieelstructuur moet kloppen.
Stopcontacten, verlichtingstoestellen en andere vaste toestellen mogen door dezelfde eindstroombaan worden gevoed, behalve de vaste toestellen waarvoor een toegekende kring verplicht is. Zo'n gemengde kring volgt de voorschriften voor contactdooskringen. Daarbij kunnen vaste toestellen of een groep vaste toestellen met één gemeenschappelijke bediening volgens de AREI-regel als één stopcontact worden gelijkgesteld.
Een leiding van 1,5 mm² wordt vaak gebruikt voor verlichtingskringen, meestal met een automaat van 16 A. Dat is geen vrijstelling van de normale dimensioneringsregels: de juiste doorsnede hangt ook af van de installatiemethode, de lengte, de belasting en de beveiliging. Gebruik dus niet automatisch een zwaardere automaat omdat er veel lichtpunten op de kring staan.
Vaste toestellen en toegekende stroombanen
Niet elk vast toestel moet apart. Het AREI maakt wel een duidelijke grens voor vaste toestellen met vaste standplaats.
Verplicht apart op een toegekende stroombaan:
- wasmachine;
- afwasmachine;
- droogkast;
- elektrisch fornuis;
- elektrische kookplaat;
- elektrische oven;
- elk toestel of elke machine met vaste standplaats met nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 2600 W;
- elektrische verwarming met vaste standplaats, via één of meerdere toegekende stroombanen.
Kleinere vaste toestellen, zoals koelkast, afzuigkap of ventilatie met lager vermogen, kunnen op een gewone of gemengde eindstroombaan als geen andere regel, fabrikantvoorschrift of ontwerpkeuze een aparte stroombaan vraagt.
Laadpaal als duidelijk voorbeeld
Bij laadpunten is AREI expliciet: voor elk verbindingspunt wordt een toegekende stroombaan voorzien. Elke toegekende wisselstroomkring wordt individueel beschermd door differentieelbescherming en beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting, met specifieke voorwaarden.
De detailregels voor laadinrichtingen, differentieeltype en DC-foutdetectie staan bij Bijzondere omgevingen.
In Condui
Gebruik toegekende kringen voor systemen die je later apart wil kunnen controleren: laadpaal, koppeling met zonnepanelen, batterij, kookplaat, warmtepomp of grote vaste toestellen. Dat maakt validatie en export veel duidelijker.