Welke brandklasse voor kabels? Cca, Eca, F1 en F2
Een concrete AREI-keuzehulp voor kabels in woningen, bundels, brandgevaarlijke ruimten, evacuatiewegen en veiligheidskringen.
Uitleg
De snelle keuze
| Situatie | Gebruik minimaal |
|---|---|
| Geïsoleerde geleider of kabel afzonderlijk geplaatst | F1 of Eca |
| Geïsoleerde geleiders of kabels in bundel of in laag | F2 of Cca |
| Ruimte BE3, constructieruimte, of brandbare plint/lijst | F2 of Cca |
| Niet-huishoudelijke evacuatieweg, publiek lokaal vanaf 50 personen, of tunnel | Bovenop de brandreactie: SA + SD of a1 + s1 |
| Veiligheidsstroombaan die tijdens brand moet blijven werken | Bovenop de brandreactie: FR1 of FR2, volgens het vereiste functiebehoud |
Dit zijn minimumkeuzes. Cca is niet automatisch verplicht in elke ruimte. Eerst bepaal je hoe de leiding geplaatst wordt. Daarna controleer je of de ruimte of de functie bijkomende eisen oplegt.
Welke klasse hoort bij welke situatie?
1. Eén kabel afzonderlijk geplaatst
Voor een geïsoleerde geleider of kabel die afzonderlijk wordt geplaatst, schrijft AREI minstens één van deze twee opties voor:
- F1, of
- Eca.
Praktisch betekent dit: staat op de kabel Eca, dan voldoet die aan de klasse-eis voor afzonderlijke plaatsing. Een kabel met alleen Fca voldoet daar niet automatisch aan.
2. Kabels samen in een bundel of laag
Voor geleiders of kabels die in een bundel of in een laag worden geplaatst, geldt:
- F2, of
- Cca.
De eis hangt niet af van de lengte waarover de kabels samen liggen. Een korte bundel wordt dus niet automatisch een afzonderlijke plaatsing.
Cca is hier de praktische CPR-keuze. Eca is voor deze plaatsingswijze niet genoeg, tenzij de plaatsingswijze zelf onder een expliciete uitzondering valt.
3. BE3 of brandbare constructiedelen
In een ruimte met uitwendige invloed BE3 moet je de regel voor bundel of laag toepassen: minstens F2 of Cca.
Hetzelfde geldt voor kabels die worden geplaatst in:
- een constructieruimte;
- een brandbare sierlijst;
- een brandbare plint of andere brandbare lijst.
Een kabel die in zo’n situatie afzonderlijk ligt, mag je dus niet enkel op basis van die afzonderlijke ligging als Eca kiezen.
4. Evacuatieweg of publiek lokaal
In de volgende ruimten zijn er bijkomende eisen voor rook en corrosieve verbrandingsgassen:
- evacuatiewegen in bouwwerken, behalve bij huishoudelijke installaties;
- publiek toegankelijke lokalen voor minstens 50 personen;
- tunnels die als bouwkundige kunstwerken worden beschouwd.
Voor de betrokken kabels heb je daar SA + SD of de aanvullende classificaties a1 + s1 nodig. Dit komt bovenop de keuze Eca/Cca of F1/F2.
Voorbeeld: een kabel in een niet-huishoudelijke evacuatieweg die in een bundel ligt, moet dus niet alleen de bundelregel halen, maar ook aan de rook- en zuurtegraadeis voldoen.
5. Veiligheidsinstallatie of veiligheidsstroombaan
Moet een leiding tijdens brand elektrisch blijven functioneren, dan kijk je naar brandweerstand:
- FR1: functiebehoud getest voor de individuele kabel of geleider;
- FR2: functiebehoud getest voor het geheel van kabel, draagstel en bevestiging.
FR1 of FR2 zegt iets anders dan Eca of Cca. Je moet dus ook de brandreactie volgens tabel 4.7 controleren. Bij FR2 moeten kabel, draagstel en bevestiging als geheel volgens de fabrikant worden toegepast.
Wanneer is Eca of Cca niet nodig?
Onderafdeling 5.2.7.1 bevat uitzonderingen op de regels voor afzonderlijke plaatsing en bundels. De belangrijkste zijn:
- kabels of geleiders in een onbrandbare bekleding met minstens 3 cm bedekking;
- ondergrondse kabels;
- kabels in met zand gevulde kanalen;
- luchtlijnen met geïsoleerde geleiders;
- bepaalde kabeluiteinden van maximaal 3 m in openlucht of opbouw, alleen onder de voorwaarden van AREI.
Een kabel in een gewone buis is dus niet automatisch vrijgesteld. De buis moet bijvoorbeeld niet alleen aanwezig zijn, maar ook correct geplaatst zijn wanneer je de uitzondering voor 3 cm onbrandbare bekleding wilt gebruiken.
Buizen, kabelbanen, kabelgoten, kabelrekken en vergelijkbaar materieel moeten niet-vlamverspreidend zijn. Een thermoplastische vlamverspreidende buis mag alleen wanneer ze minstens 3 cm in onbrandbaar materiaal verzonken is.
Uitzondering is geen algemene vrijstelling
Controleer altijd de volledige plaatsingswijze. Een uitzondering op 5.2.7.2 of 5.2.7.3 heft niet automatisch de eisen voor brandgevaar, rook, elektrische bescherming of functiebehoud op.
Wat betekenen Aca tot en met Fca?
De CPR-brandreactieklasse geeft aan hoeveel een kabel tot de brand bijdraagt:
| Klasse | Bijdrage tot de brand | Gebruik deze tabel zo |
|---|---|---|
| Aca | Geen | Hoogste brandreactieprestatie |
| B1ca | Minimaal | Zeer hoge brandreactieprestatie |
| B2ca | Zeer beperkt | Verbeterde brandreactieprestatie |
| Cca | Beperkt | Minimum voor bundel of laag |
| Dca | Gemiddeld | Lager dan Cca |
| Eca | Hoog | Minimum voor afzonderlijke plaatsing |
| Fca | Zeer hoog | Geen aangetoonde brandprestatie |
De klasse Cca is dus strenger dan Eca. Toch volstaat niet zomaar “de hoogste klasse”: de kabel moet ook passen bij rookvorming, zuurtegraad, plaatsingswijze en eventuele brandweerstand.
De aanvullende aanduidingen betekenen:
- s1, s2, s3: rookvorming;
- a1, a2, a3: zuurtegraad van de verbrandingsgassen.
Wat betekent BE1, BE2 en BE3?
Het brandgevaar van een ruimte wordt bepaald door drie uitwendige invloeden:
- BE: aard en hoeveelheid van behandelde of opgeslagen goederen;
- CA: brandbaarheid van de bouwmaterialen;
- CB: structuur van het gebouw.
Een ruimte met BE1 + CA1 + CB1 heeft normaal brandgevaar. Minstens één van BE2, BE3, CA2 of CB2 betekent verhoogd brandgevaar.
Belangrijk: AREI geeft niet voor elke ruimte één vaste CPR-klasse. De concrete keuze werkt zo:
- Plaats afzonderlijk: F1 of Eca.
- Plaats in bundel of laag: F2 of Cca.
- BE3, constructieruimte of brandbare lijst/plint: behandel als bundel of laag, dus F2 of Cca.
- Evacuatieweg of moeilijk evacueerbare ruimte: voeg SA + SD of a1 + s1 toe wanneer 4.3.3.7 van toepassing is.
- Functiebehoud tijdens brand: voeg FR1 of FR2 toe wanneer de veiligheidsfunctie moet blijven werken.
In een BE2-ruimte gelden bovendien specifieke beperkingen. Kabels die door de ruimte lopen maar ze niet voeden, mogen geen aftakkingen of verbindingen hebben, tenzij die in een omhulsel met minstens een half uur brandweerstand zitten. De beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting moet stroomopwaarts en buiten de ruimte zitten.
Drie concrete voorbeelden
| Voorbeeld | Minimale beoordeling |
|---|---|
| Eén kabel afzonderlijk op een wand in een gewone ruimte | Eca of F1 |
| Meerdere kabels samen in een kabelgoot of bundel | Cca of F2 |
| Kabel in een niet-huishoudelijke evacuatieweg, samen met andere kabels | Cca/F2 én SA + SD of a1 + s1 |
Controleer dit op het kabelattest
Noteer voor het schema of de keuring minstens:
- de CPR-klasse, bijvoorbeeld Eca of Cca;
- eventuele aanvullende kenmerken zoals s1 en a1;
- of het om F1/F2 of FR1/FR2 gaat;
- de feitelijke plaatsing: afzonderlijk, bundel, laag, buis, goot of inbouw;
- de ruimte: normaal brandgevaar, BE2, BE3, evacuatieweg of publiek lokaal.
Bronnen in AREI Boek 1
- Officiële geconsolideerde versie AREI Boek 1, versie 06
- Onderafdelingen 4.3.3.3 tot en met 4.3.3.7
- Onderafdelingen 5.2.7.1 tot en met 5.2.7.4
- Onderafdeling 5.5.6.4 en Deel 8