Beveiliging vs kabeldoorsnede

De automaatwaarde moet passen bij de kabeldoorsnede en de kring.

Uitleg

AREI Boek 1 eist dat de nominale stroom van de beveiliging \(In\) niet groter mag zijn dan de toelaatbare stroom van de geleider \(Iz\). Als In boven Iz ligt, kan de kabel oververhitten vóór de beveiliging aanspreekt.

In gewone taal: de koperen geleider bepaalt hoeveel stroom de kabel veilig kan voeren. De automaat beschermt de kabel tegen overbelasting en mag daarom niet zwaarder zijn dan de kabel veilig aankan. Het AREI legt hiervoor maximale waarden vast.

Hoe ziet dat eruit in de praktijk?

Voor huishoudelijke installaties geeft tabel 4.11 de volgende maximale nominale stromen voor vermogensschakelaars, zoals automaten:

KabeldoorsnedeMaximale automaatstroom
1,5 mm²16 A
2,5 mm²20 A
4 mm²25 A
6 mm²40 A
10 mm²63 A

Dit zijn maximale waarden, geen automatische goedkeuring voor elke situatie. De juiste waarde hangt ook af van de installatiemethode, de lengte, de omgevingstemperatuur, de belasting en de rest van de installatie.

Een kleinere automaatwaarde kan wel, als de aangesloten belasting en de voorschriften voor de kring dat toelaten. Zo kan een automaat van 10 A een kabel van 2,5 mm² beschermen. Maar voor een nieuwe kring met gewone stopcontacten is 2,5 mm² in principe de minimumdoorsnede. 1,5 mm² met een automaat van 10 A is daarvoor dus niet automatisch toegestaan. 1,5 mm² is bijvoorbeeld wel gebruikelijk voor een kring zonder stopcontacten, zoals een zuivere lichtkring.

De waarde in de tabel slaat op de doorsnede van de koperen geleider, niet op de buitendiameter van de volledige kabel met isolatie. De kabeldoorsnede staat vaak op de kabel gedrukt. Anders moet je de doorsnede van een losgemaakte, blote geleider bepalen; de buitendiameter van de kabel is daarvoor geen betrouwbare maat.

Typische fouten:

  • Een kring bedoeld voor verlichting in 1,5 mm² waar een gewoon stopcontact aan wordt toegevoegd en de automaat naar 20 A wordt verhoogd. Zowel de automaat als de toepassing kunnen dan verkeerd zijn.
  • Een automaat van 32 A op een lange leiding in 2,5 mm², bijvoorbeeld naar een tuinhuis, zonder rekening te houden met de installatiemethode en de spanningsval.

Op het eendraadsschema zie je dan een stroombaan waar de waarde van de automaat duidelijk hoger ligt dan wat je normaal met die kabeldoorsnede associeert.

Handig met Condui

In Condui vergelijkt het validatiesysteem de kabeldoorsnede en de automaatwaarde en meldt het wanneer die niet bij elkaar passen.

Waarom het AREI dit belangrijk vindt

De automaat of zekering beschermt in de eerste plaats de kabel, niet alleen de toestellen. Als een kabel structureel meer stroom moet voeren dan waarvoor hij ontworpen is:

  • veroudert de isolatie sneller,
  • kunnen geleiders in muren of isolatie oververhit raken,
  • en ontstaat er in het slechtste geval een brandrisico.

Het correct koppelen van automaat en kabeldoorsnede is één van de meest fundamentele veiligheidsregels in het hele AREI.

Mag 230V op dunne kabels mits lage automaatwaarde?

Een lage automaatwaarde maakt een kabel niet automatisch geschikt voor 230 V. Een signaalkabel, zoals een SVV-kabel, is niet automatisch voorzien voor de spanning, isolatie-eisen en gebruiksomstandigheden van een 230V-installatie.

Gebruik zo'n kabel dus niet zomaar voor 230 V, ook niet met een automaat van bijvoorbeeld 1 A. Gebruik een kabel die voor 230 V geschikt is en controleer daarnaast de minimumdoorsnede en de voorschriften voor de betrokken kring.

Hoe los je dit op in de echte installatie?

Je hebt in de praktijk twee eerlijke opties:

  • Kies een automaat waarvan de nominale stroom In kleiner of gelijk is aan de toelaatbare stroom voor de bestaande doorsnede.
  • Voorbeeld: vervang een 25 A automaat op 1,5 mm² door 16 A, als 1,5 mm² voor die kring is toegestaan. Voor een nieuwe kring met gewone stopcontacten moet je ook de kabeldoorsnede aanpassen.
  • Vervang de kabel over het volledige traject van de stroombaan door een grotere doorsnede die veilig past bij het gewenste automaatcaliber.
  • Voorbeeld: behoud een 25 A automaat, maar herbedraad de stroombaan in 4 mm².

Combinaties van verschillende doorsneden op één stroombaan zijn alleen verantwoord als je de kleinste doorsnede als referentie neemt voor de beveiliging. Met andere woorden: de zwakste schakel bepaalt het maximum van de automaat.

OplossingWanneer logischWaarop letten
Automaatwaarde verlagenDe bestaande kabel blijft liggenHet aangesloten vermogen moet nog passen bij de lagere beveiliging
Kabeldoorsnede vergrotenJe hebt het hogere vermogen echt nodigHet volledige traject moet passen bij de nieuwe doorsnede
Kring opsplitsenEr hangen te veel of te zware toestellen samenSchema, kast en situatieplan moeten mee aangepast worden

Hoe los je dit op in Condui?

  • ofwel de automaatwaarde aan naar een niveau dat bij de huidige doorsnede past,
  • ofwel de doorsnede naar een grotere waarde die overeenkomt met hoe je de installatie effectief gaat uitvoeren.

Voer daarna de validatie opnieuw uit. De fout “automaat vs kabeldoorsnede” verdwijnt zodra In en de kabeldoorsnede in lijn liggen met de AREI‑tabel.